Gevolgen uitspraak Raad van State

21 september 2021

Op 1 juli 2015 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak die door de Stichting Sportaccommodatie Rijswijksche Hockey Club (en in samenspraak met de Rijswijksche Hockey Club) was aangespannen. Het beroep ging over het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan waarbij grote beperkingen worden opgelegd aan de uitbreiding van het sportpark Elsenburg, waar ook de Rijswijksche Hockey Club haar activiteiten heeft. Het beroep van de SSRHC is op alle punten ongegrond verklaard. De SSRHC had ook gevraagd om een expliciete uitspraak van de Raad van State over de veiligheidssituatie op het sportcomplex, maar dat is niet gebeurd.

Het bestuur van RHC heeft zich moeten beraden of het verantwoord is de hockeyactiviteiten voort te zetten op de huidige locatie en of de leden van het bestuur persoonlijk verantwoording hiervoor moeten en willen dragen. Het bestuur van RHC is tot de volgende conclusie gekomen:

 

Gegeven het feit dat de Veiligheidsregio Haaglanden in een rapport van 25-2-2014 concludeert dat de risico’s niet dermate groot zijn dat de huidige situatie en de hockeyactiviteiten niet zou kunnen worden voortgezet;

En het feit dat de Burgemeester heeft gesteld dat sprake is van een acceptabel risico;

En het feit dat de Raad van State het bestemmingsplan waarin de huidige activiteiten worden toegestaan niet heeft afgekeurd;

 

Komt het bestuur van RHC tot de conclusie dat we onze activiteiten met de opgelegde beperkingen vanuit het advies van de Veiligheidsregio (zoals niet overnachten, voorlopig geen uitbreiding) door kunnen laten gaan. Gezien de omvang en aard van de materie zien we ons echter in deze zienswijze graag gesteund door de Algemene Ledenvergadering en zullen we dan ook tijdens de ALV van 22 september aan de leden om instemming vragen met dit besluit van RHC. Wel zal het bestuur onderzoeken, eventueel in overleg met de gemeente, of er additionele maatregelen genomen kunnen worden die de veiligheid kunnen vergroten. Het bestuur is van mening dat het op deze wijze er alles aan doet en heeft gedaan om de genoemde risico’s te beperken.

 

Tot slot wil het bestuur kenbaar maken dat in geval van een calamiteit het niet alleen bezorgd is over de mensen die op dat moment aanwezig zijn, maar ook over de mogelijke juridische procedures die dan volgen. Deze zorgen bemoeilijken het vinden van toekomstige bestuurders van RHC. Deze zorgen worden ook gedeeld door het bestuur van SSRHC. De bestuurders van SSRHC zullen daarin individueel hun eigen afweging maken.


Namens het bestuur,


Geert-Willem van Weert

Voorzitter